HomeShare
Artikel

Hoe word je een echte innovator? Betrek de gebruiker.

Peter Leemans - AllThingsTalk

Scroll

Oktober 2015 - Het internet der dingen (Internet of Things, IoT) is een ruim begrip. Maar wat betekent het voor gebruikers wanneer al hun toestellen — telefoon, auto, koelkast en slimme meters — communiceren en informatie delen? Het is door die vraag dat Peter Leemans, oprichter en manager van de Vlaamse start-up AllThingsTalk, een beroep deed op de proeftuinwerking van iMinds. Zijn doel: beter begrijpen wat het internet der dingen te bieden heeft aan gebruikers.

Wij spraken met Peter Leemans om te ontdekken wat AllThingsTalk totnogtoe geleerd heeft.

Q: Hoe werd je interesse voor het internet der dingen gewekt?

Peter Leemans: Mijn eerste start-up, in 2004, leverde cloud-diensten aan ICT-partners in de Benelux. Er bestond toen een kloof, een gebrek aan een gedeeld platform waarop ontwikkelaars applicaties konden bouwen. In 2013 begon ik het internet der dingen te verkennen en ik ontdekte daar dezelfde kloof. Ontwikkelaars konden geen apps bouwen en verbinden met andere slimme toestellen. En dus bouwden we een platform waarmee ze dat wel kunnen, en waarmee ze — op een eenvoudige manier — allerlei slimme apparaten kunnen verbinden in een cloudomgeving. Dat was de geboorte van AllThingsTalk.

Q: Is er een bepaalde sector of applicatie waar AllThingsTalk zich specifiek op richt?

Peter Leemans: Dit is onder meer wat het internet der dingen zo interessant maakt: het gaat zo ontzettend breed. Werkelijk elk bedrijf en elke sector is een potentiële klant. Cloud computing was een grote markt. Maar het internet der dingen? Dat is vijftig keer groter. Onder meer die vraag, waar we ons op moeten richten, is wat ons in contact bracht met de proeftuinwerking van iMinds.

Q: Wat is precies zo interessant aan dat proeftuinmodel?

Peter Leemans: Heel eenvoudig: dankzij een proeftuin kan je je gebruikers en andere stakeholders zo vroeg mogelijk betrekken. Je krijgt snel feedback over nieuwe ideeën en kan gegevens verzamelen over hoe gebruikers met je product of dienst communiceren, soms zelfs in real-time. Dat is van onschatbare waarde. Je kan meteen bijsturen en evolueren zonder tijd te verliezen.

Q: Waaruit bestond jullie proeftuinonderzoek?

Peter Leemans: We bestudeerden hoe mensen slimme toestellen effectief zullen gebruiken. In het internet der dingen komen de digitale en fysieke wereld bijeen. Dat verandert het gedrag van mensen. Als ik bijvoorbeeld kijk naar mijn kinderen en zie hoe zij zich sociaal gedragen, met smartphones, sociale media, het internet, dan is dat helemaal anders dan in mijn kindertijd. Niet beter of slechter, maar anders. Die verschillen moeten we begrijpen vooraleer we gaan innoveren, want we moeten onze producten, toestellen en systemen erop afstemmen. Ook al is AllThingsTalk een business-tobusiness bedrijf, we moeten nog altijd de individuele gebruiker begrijpen; we moeten begrijpen hoe mensen het internet der dingen effectief zullen gebruiken. Op die manier weten we waar de mogelijkheden liggen.

Q: Is dat een intensief proces?

Peter Leemans: Ja. Het gaat veel verder dan gewoon marktonderzoek — er moeten concepten en use cases ontwikkeld worden, er zijn interviews met stakeholders, cocreatie sessies, testen die peilen naar het gebruiksgemak en veldtesten. Het is echt wel een heel omvangrijk en enorm iteratief proces. En toch gaat het snel vooruit, omdat het zo praktisch is.

Q: Hoe kwamen jullie in contact met iMinds?

Peter Leemans: In 2013 zocht ik een manier om te valideren hoe het internet der dingen gebruikt zou worden. Ik ontmoette enkele mensen van iMinds op een evenement en we raakten aan de praat. We zagen een mogelijkheid om samen een haalbaarheidsstudie uit te voeren, en zo begonnen we in september met het gebruikersonderzoek. Tijdens online en offline co-creatie sessies met zo’n 2.000 mensen bedachten we 147 manieren om het internet der dingen te gebruiken — een brede waaier aan toepassingen, van apps om tijd te winnen tot manieren om energie te besparen, dat soort dingen. Het project liep tot april 2014 en momenteel zijn we bezig met de eerste validatie van rendabele producten. Als onderdeel van dat proces organiseerde iMinds een ‘hackathon’. Je brengt een groep mensen samen om in één dag een idee voor een toepassing te bedenken en een werkend prototype te ontwikkelen. Het is versnelde innovatie en bijzonder leuk.

Q: Wat hebben jullie geleerd tijdens dat proeftuinproject?

Peter Leemans: We identificeerden onze primaire doelgroep: makers en ontwikkelaars. Aanvankelijk waren we van plan een unieke oplossing te creëren voor alle consumenten. Nu weten we dat dat mislukt zou zijn. Het proeftuinonderzoek van iMinds heeft ons geleerd dat het internet der dingen voor consumenten nog in de beginfase zit. De helft weet misschien wat het is, maar ze hebben geen idee hoe er voordeel uit te halen. Maar de makers en ontwikkelaars, die denken wel al na over manieren om met het internet der dingen te innoveren. Zij hebben de visie. Zij zijn degenen die ons product kunnen gebruiken. We hebben ook geleerd dat het essentieel is om een ‘community’ rond je product op te zetten. Dankzij de proeftuin wordt die community je partner; een partner die betrokken wordt bij de ontwikkeling van oplossingen op maat. Wat je overhoudt, is een community van super-gebruikers en ‘early adopters’.

Q: Welk proeftuinonderzoek verrichten jullie vandaag?

Peter Leemans: We zitten in de tweede fase van ons SmartLiving- project, met een grotere community en afgewerkte producten. We zijn ook bezig met onderzoek en ontwikkeling voor ouderenzorg. Dat wordt deels gesubsidieerd door de overheid, die het aantal ouderen in rusthuizen wil terugdringen omdat het duur is voor zowel de families als de gezondheidszorg. We werken bijvoorbeeld aan IoT-toestellen die alleenstaande oudere mensen volgen en hun familie op de hoogte houden van hoe ze het stellen. Klassieke oplossingen genereren een alarm wanneer iemand valt, maar wij ontwikkelen IoT-applicaties die het gedrag van mensen kunnen ‘lezen’ en die kunnen zien wanneer dat gedrag verandert. Zo kunnen familieleden en zorgverleners worden gealarmeerd nog voor er zich een ongeval voordoet. En daarbij is privacy natuurlijk belangrijk: wanneer je bijvoorbeeld je grootmoeder opvolgt, zal je ‘s ochtends een groen licht krijgen als alles goed is gegaan ‘s nachts, maar je gaat geen gegevens van haar bloeddruk of zo krijgen.

Q: Zijn er — naast de gezondheidszorg — nog andere sectoren waar jullie naar kijken?

Peter Leemans: Ja. Er is een belangrijke rol weggelegd voor het internet der dingen in industrie- en procesoptimalisatie. Zo bekijken we bijvoorbeeld het potentieel van monitoring door machines in fabrieken. Tijdens ons iMinds-traject ontmoetten we een aantal industriële dienstverleners die voorzien in het onderhoud van machines. Momenteel is dat hele systeem relatief inefficiënt — je wacht tot iets stuk gaat, zodat er aan productiviteit wordt ingeboet terwijl je de machine herstelt. Wat wij onderzoeken, is het creëren van controlesystemen die gegevens zoals temperatuurdrempels meten en dan voorspellen wanneer iets stuk zal gaan. Op die manier wordt onderhoud een proactief proces, dat beter gepland kan worden. Dat kan een enorme besparing opleveren. We kijken ook naar zogenaamde HVAC-bedrijven die focussen op de verwarming, ventilatie en airconditioning van gebouwen. Ook die systemen moeten regelmatig onderhouden worden, niet alleen omwille van hun efficiëntie, maar ook voor de veiligheid.

Q: Bouwen jullie een platform, of ook instrumenten?

Peter Leemans: Aanvankelijk zouden we alleen het platform bouwen, maar we beseften al snel dat we ook moeten tonen hoe ons platform gebruikt kan worden. Er zijn ontelbare sectoren die een IoT-applicatie op ons platform kunnen bouwen. En dus wilden we mogelijke use cases demonstreren aan de hand van concrete voorbeelden. We beseffen uiteraard dat we niet de beste kunnen zijn in het maken van die apps, en dus is het vooral ons doel om de kits en API’s (‘application programming interfaces’ - de verbinding tussen verschillende toepassingen) te voorzien waarmee ontwikkelaars echt kunnen innoveren. We kunnen hen bijstaan zodra ze meer begrijpen van het internet der dingen, en een IoT-ecosysteem creëren waardoor er een beter verbonden wereld ontstaat.

Gerelateerd

Deze website maakt gebruik van cookies met als enige doel het analyseren van surfgedrag, zonder enige commerciële insteek. Lees er hier meer over.

Accepteer cookies