Smart Cities

5 min

Visie: Antwerpen proeftuin voor slimme stadstechnologie

Scroll

Intro

“De essentie van een slimme stad is niet dat hij wordt volgepropt met nieuwe technologie. Het in de eerste plaats een stad waarin de levenskwaliteit naar een nieuw niveau wordt getild door in te spelen op de concrete behoeften en verwachtingen van de inwoners,” zegt Pieter Ballon, expert smart cities en directeur bij imec-VUB-SMIT. Samen met Kathleen Philips, programmadirecteur voor perceptive systems bij imec en Holst Centre legt hij uit hoe imec in Antwerpen samenwerkt met het stadsbestuur en een aantal gedreven bedrijven om van de stad een proeftuin te maken die in vele opzichten een referentie kan worden voor stedelijke omgevingen wereldwijd.

Evangeliseren en toegangspoorten bouwen

“Met ons City of Things-project willen we onderzoeken hoe een slimme stad kan worden ontwikkeld binnen een realistisch kader en in nauwe samenwerking met de burgers en het bestuur,” zegt Pieter Ballon. “In het voorbije jaar hebben we daarvoor de basis gelegd, zowel op het vlak van de organisatie als van de ondersteunende technologie.”

Een eerste voorwaarde om een complex project als dit te doen slagen, is om alle stakeholders op eenzelfde lijn te krijgen. “Daar is veel evangelisatie voor nodig,” zegt Ballon, “Je moet ervoor zorgen dat iedereen dezelfde expertise krijgt, en op het einde ook dezelfde overtuiging deelt. Daarvoor diende bv. ook mijn boek dat in 2016 is verschenen en intussen al aan de vierde druk toe is; het thema leeft dus in Vlaanderen. Mijn bedoeling was om beleidsmakers enthousiast te maken, maar er tegelijk voor te zorgen dat niet iedere stad aan zijn eigen oplossing begon te knutselen. Want dan komt er een totale versnippering, met systemen die niet met elkaar praten, en steden die voor jaren vastzitten aan bepaalde oplossingen en leveranciers.”

Als het project op volle snelheid draait, zullen verspreid over Antwerpen 100 gateways staan. Dat worden de toegangspoorten van de stad en zijn inwoners met de ondersteunende technologie. Toegangspoorten waarlangs tienduizenden draadloze sensoren, gedragen door de inwoners of aangebracht op de voertuigen, verkeersinfrastructuur of gebouwen, hun gegevens naar allerhande toepassingen kunnen sturen. Vandaag zijn er al een 20-tal van die gateways actief. De rest wordt gradueel geïnstalleerd. Iedereen zal ze kunnen gebruiken om er een slimme toepassing op te ontwikkelen of te evalueren. De technologie is heterogeen, niet gebaseerd op één oplossing of protocol maar op een reeks standaarden die geschikt zijn voor dergelijke toepassingen, zoals Zigbee, WiFi, Cellulair, LoRa, SigFox en andere.

Zintuigen voor de stad

“Omdat imec zelf gespecialiseerd is in sensoren die omgevingen slim maken, hebben we ook technologie geïntegreerd die we zelf hebben ontwikkeld,” zegt Kathleen Philips. “Zo zijn momenteel twee wagens van de Belgische postdienst die iedere dag door Antwerpen rijden uitgerust met onze draadloze multiparameter sensoren. Die kunnen nu een 20-tal parameters meten zoals CO2, NO2 en binnenkort ook vervuiling door fijne deeltjes. De bedoeling is om naar een fijnmaziger meting te gaan, met honderden sensoren geïnstalleerd over de stad, aangevuld met nog meer rondrijdende wagens. Die metingen kunnen gekoppeld worden met weersvoorspellingen, kennis van het terrein en mobiliteit. Op die manier kun je fijnmazige gegevens ter beschikking stellen over bv. de luchtkwaliteit in de stad.”

“Andere technologieën die hierin passen zijn onze nieuwe ionsensor en 60GHz-draadloze backhaul. De eerste, de ionsensoren, zijn vandaag al toegevoegd aan een staalnamestation voor waterpollutie in de Schelde. De 60GHz oplossing voor backhaul-netwerken wordt ontwikkeld om de beschikbare bandbreedte voor communicatie snel en naadloos uit te breiden bij evenementen of noodgevallen.”

De sensoren en de toegangspoorten zijn slechts een eerste laag, de zintuigen van de slimme stad. Daarachter zit een infrastructuur om gegevens op te slaan en real-time te analyseren. Ook die is technologieneutraal en biedt iedereen die er gebruik van wil maken een verzameling hulpmiddelen om gegevens om te zetten in kennis. Kathleen Philips: “Denk bv. aan de sensorgegevens in verband met luchtkwaliteit. Een scenario waaraan we voor 2017 denken is een app voor fietsers en voetgangers die de gezondste en veiligste route naar een bepaalde plaats kan aanwijzen.”

Gedrag veranderen

Maar al die infrastructuur dient uiteindelijk maar als basis om samen met de inwoners een slimme, aangenamere stad te creëren. Om dat mogelijk te maken zal het project vanaf 2017 een groot aantal vrijwilligers rekruteren. Die kunnen dan ingeschakeld worden om deel te nemen aan testpanels die nieuwe toepassingen evalueren en geleidelijk verbeteren, en dat in elk stadium van de ontwikkeling van een toepassing – van het idee tot het prototype. Zo wordt de stad een echt levend lab.

Pieter Ballon: “In 2017 willen we deze ‘Living Lab’-aanpak nog uitbreiden. Tot nu toe vroegen we aan mensen bv. hoe ze een toepassing gebruiken en ervaren, en of ze bereid zouden zijn om ervoor te betalen (en hoeveel). Nu willen we ook gaan testen of en hoe we met toepassingen het gedrag van mensen kunnen beïnvloeden. Hoe kan een slimme toepassing burgers tot meer duurzaam of gezonder gedrag aanzetten, en dat zonder hen te dwingen of hun comfort weg te nemen? Zo’n gedragsverandering is de basis van heel wat nieuwe bedrijfsmodellen of modellen van bestuur, de zogenaamde outcome-based economy. Het wordt dan ook een van de belangrijke uitdagingen in de volgende jaren.”

De overheid heeft alvast de ideeën en concepten van onze experten overgenomen. In 2017 krijgt imec onder andere de opdracht om mee te werken aan de standaarden voor open gegevens en aan de eerste pilootprojecten voor een slimme regio Vlaanderen. “Dat betekent niet dat alle steden nu hetzelfde beleid moeten voeren,” zegt Pieter Ballon. “Iedereen krijgt gewoon een aantal instrumenten aangereikt waarmee ze hun eigen beleid en accenten op een slimmere manier kunnen ondersteunen.”

Levend lab voor de wereld

En er komt ook een internationale component: imec is geselecteerd om deel te nemen aan het Europese ‘Horizon 2020’-project SynchroniCity, waarbij Antwerpen één van de Europese referentiezones wordt, samen met nog 6 andere Europese steden. Bedoeling is om grootschalige pilootprojecten op te zetten waarbinnen met nieuwe IoT-diensten geëxperimenteerd wordt die gebaseerd zijn op reële noden van burgers. De Antwerpse referentiezone zal zich vooral richten op mobiliteit en logistiek.
“We hebben dit City of Things-project opgezet vanuit iMinds, waar we erg veel expertise hadden in verband met digitale technologieën, maar ook met het opzetten van grootschalige proeftuinen,” zegt Pieter Ballon. “Maar nu we geïntegreerd zijn in de wereldspeler imec krijgt dat verhaal een veel grotere dynamiek. We waren in Vlaanderen een voorloper en werkten eraan om organisatorisch en technologisch zaken op elkaar af te stemmen. Maar dat was nog altijd op een behoorlijk kleine schaal, zeker als we kijken naar de uitdagingen van grote stedelijke agglomeraties wereldwijd. Nu kan onze manier van werken ook internationaal navolging krijgen. Dat is een van de doorbraken, naast het feit dat we nu ook beroep kunnen doen op innovatieve oplossingen voor de software- én hardwarelaag van onze oplossing.”

“Wereldwijd zijn er heel veel smart city-initiatieven en het is een uitdaging om je daarin te differentiëren,” voegt Kathleen Philips hieraan toe. “Maar toch hebben we het voorbij jaar in gesprekken met partners gemerkt dat ze erg geïnteresseerd zijn in onze aanpak. Dat heeft vooral te maken met de breedte van onze aanpak, waarbij we werken aan open technologische vernieuwing in een proeftuin, maar tegelijk ook op het vlak van toepassingen, scenario’s, business-modellen, maatschappelijke organisatie, en bewustwording. Dat doet voorlopig niemand ons na.”

 

Biografie Pieter Ballon

Pieter Ballon is directeur van het imec-VUB-SMIT-labo en professor aan de VUB. Pieter is gespecialiseerd in proeftuinonderzoek, economische modellering, open innovatie en de telecom-industrie. Hij is betrokken bij meerdere lokale en internationale onderzoekssprojecten en heeft heel wat publicaties op zijn naam. Pieter Ballon is de internationele secretaris van ENoLL, het Europese netwerk van proeftuinen. Pieter heeft een PhD in communicatiewetenschappen en een MA in moderne geschiedenis.

Biografie Kathleen Philips

Kathleen Philips is programmadirecteur voor perceptieve systemen bij imec en Holst Centre. Kathleen begon haar carriere als onderzoekster bij Philips Research. Na 12 jaar, in 2007, stapte ze over naar imec, waar ze achtereenvolgens principal scientist, programmamanager voor draadloze systemen en programmadirecteur werd. Kathleen Philips heeft een PhD electrical engineering, is auteur van meer dan 60 papers en heeft verschillende patenten op haar naam staan.

Deze website maakt gebruik van cookies met als enige doel het analyseren van surfgedrag, zonder enige commerciële insteek. Lees er hier meer over.

Accepteer cookies