Smart HealthWearablesArtificial intelligence

10 min

Technologie kan ons bewuster en creatiever maken

Met nieuwe interfaces die we dicht op ons lichaam dragen, kan technologie ons bewuster maken van onze omgeving, in plaats van ons af te leiden zoals nu vaak het geval is. Technologie kan ons zelfs helpen om onze cognitieve capaciteiten te versterken, niet om ons afhankelijk te maken. Zo luidde de kernboodschap van Pattie Maes op ITF2018 Belgium. Pattie Maes staat aan het hoofd van de Fluid Interfaces Research Group aan het MIT Media Lab (Cambridge, USA). Haar onderzoekers ontwikkelen toepassingen die de relatie tussen mensen en technologie op een nieuwe manier invult, met meer natuurlijke, spontane interactie die mensen toelaat hun natuurlijke mogelijkheden beter te benutten – te worden wie ze echt willen zijn.

Scroll

Geheugen verbeteren en trainen

Vroeger, zei Pattie Maes, gebruikten mensen allerlei geheugensteuntjes om een lange toespraak te onthouden of om verhalen mondeling van generatie op generatie door te geven. Een van die trucjes was het ‘geheugenpaleis’, een trucje dat gebruik maakt van de verbinding in onze hersenen tussen bewegen en onthouden. Mensen riepen in hun hoofd een gebouw op waarmee ze vertrouwd waren, liefst met veel kamers, of een wandelweg die ze goed kenden, met veel markante uitzichten. Dan associeerden ze stukken van wat ze wilden onthouden met specifieke kamers in het gebouw of met punten onderweg op het pad. Om de toespraak of het verhaal uit hun geheugen op te roepen, moesten ze dan alleen maar door het gebouw of het landschap wandelen om de bijbehorende passages als het ware op te rapen.

Nu lijkt iets onthouden niet meer belangrijk: we hebben toch altijd een mobiel toestel bij de hand? En dus wordt ons geheugen lui. Maar technologie kan ons net ook helpen om ons geheugen te trainen, meent Pattie Maes. Haar onderzoeksgroep ontwikkelde daarvoor NeverMind, dat de oude techniek van het geheugenpaleis combineert met augmented reality. Gebruikers zetten een AR-bril op, lopen over een vertrouwd pad en voegen visuele merkpunten toe, die telkens symbool staan voor iets wat ze zich willen herinneren. Dan oefenen ze hun geheugen door het wandelpad enkele keren af te leggen. “Na een tijdje hoef je alleen maar het pad in je hoofd op te roepen om vanzelf de geheugensteuntjes te zien verschijnen waar jij ze hebt achtergelaten.”
 

Het belangrijkste eerst

“Onze smartphone geeft ons toegang tot alle kennis van de wereld”, zei Pattie Maes. “Maar heb je daar ook iets aan om een succesvol leven te leiden? Is dat niet eerder een kwestie van nieuwsgierig en aandachtig te zijn, scherpzinnig en alert, zodat je betere beslissingen neemt, creatief bent en goed omgaat met je emoties?”

“In de Fluid Interfaces Research Group proberen wij die tegenstelling te doorbreken. Wij bouwen innovatieve interfaces waarmee mensen de virtuele wereld in hun voordeel kunnen benutten. Met onze interfaces kunnen ze hun cognitieve capaciteiten ontwikkelen: aandachtiger worden, beter leren, slimmere beslissingen nemen. Het virtuele geheugenpaleis is maar één voorbeeld van de mogelijkheden om met technologie onze cognitieve talenten te versterken, in plaats van mensen afhankelijk te maken van hun toestel.”

Even creatief als de grote denkers

“De interfaces die wij ontwikkelen”, vertelt Pattie Maes, “werken meestal met een aantal sensoren die intern en extern informatie verzamelen: in welke toestand verkeren een persoon en zijn omgeving? De interfaces vertrekken dan van die toestand om de capaciteiten en kennis van de gebruikers naar een hoger niveau te tillen. Denk aan Dormio, een tool die onze creativiteit verhoogt, nog zo’n onmisbare vaardigheid voor de 21e eeuw.” 

Net zoals de tool om ons geheugen te verbeteren maakt Dormio gebruik van een oude techniek, die van de ‘stalen bal’ (hoewel ook andere voorwerpen werden gebruikt). Creatieve geesten zoals Edison, maar ook bijvoorbeeld de schilder Dalí, vielen in slaap terwijl ze een zwaar voorwerp in hun hand hielden. Exact op het moment waarop ze zouden inslapen, viel dat voorwerp, zodat ze even in de hypnagogia-toestand terechtkwamen. In deze creatieve fase tussen slapen en waken in is de werking van de prefrontale cortex vrijwel uitgeschakeld en krijgt hun verbeelding de vrije loop.

“Wij hebben een moderne versie van die techniek gebouwd, een systeem dat de hartslag, huidgeleiding en spiertonus meet om te detecteren wanneer iemand in de hypnagogia-fase terechtkomt. Op dat moment begint een robot over een bepaald onderwerp te praten, waarna de halfslaper daar spontaan allerlei gedachten over krijgt en die ook uitspreekt. Mensen hoeven dus niet uit de hynagogia-toestand te ontwaken om hun ideeën te noteren: de robot stimuleert hun gedachten en noteert ze ook in hun halfslaap. Wij helpen mensen dus om te dromen over wat ze interessant vinden. Wij hebben met Dormio gebruikersstudies uitgevoerd: de ene groep gebruikte het systeem, de controlegroep moest gewoon rusten, maar viel niet in slaap. De mensen die Dormio gebruikten, kregen veel meer spontane creatieve ideeën.” 

Spelregels

Volgens Pattie Maes proberen de onderzoekers van het Media Lab elkaar voortdurend te overtroeven met allerlei vondsten om de manier waarop wij leven, leren en werken te verbeteren. Zij doen dat binnen een strikt kader en respecteren een aantal basisregels.

“Om te beginnen bouwen wij systemen die de gewoonten en bezigheden van de gebruiker minimaal verstoren. Zo sturen wij gedrag bijvoorbeeld subtiel met aangename en minder aangename geuren, in plaats van in de activiteiten van de gebruiker in te breken. Verder is het essentieel dat de gebruikers het systeem goed begrijpen en er de volledige controle over hebben. Het is niet de bedoeling dat onze apps het gedrag van nietsvermoedende gebruikers zouden sturen, wel om mensen te helpen bewust beslissingen te nemen. Ook moeten onze systemen zoveel mogelijk voorkomen dat gebruikers afhankelijk worden van hun toestellen. En ten slotte vergaren onze sensoren enorme hoeveelheden gegevens, maar wij doen veel moeite om de privacy van de gebruikers te beschermen. Wij stellen de gegevens dus niet ter beschikking van derden.”

Het is niet de bedoeling dat onze apps het gedrag van nietsvermoedende gebruikers zouden sturen, wel om mensen te helpen bewust beslissingen te nemen. Ook moeten onze systemen zoveel mogelijk voorkomen dat gebruikers afhankelijk worden van hun toestellen. 

Cognitieve tekortkomingen compenseren

Een aanzienlijk deel van het werk dat het lab van Pattie Maes verricht, is bedoeld om mensen met cognitieve stoornissen te helpen, zoals studenten met AD/HD of mensen met beginnende dementie.

“Soms heeft wel 10% van de studenten in een groep last van enige vorm van AD/HD. Oplossingen die iedereen binnen die groep op dezelfde manier helpen, bestaan niet. Wij werken aan systemen die aan de hand van EEG-data aangeven wanneer iemand niet oplet. Met subtiele biofeedback proberen we die persoon dan opnieuw bij de les te krijgen. Bij volwassenen hebben wij al aangetoond dat ons systeem werkt, nu hopen we deze technologie bij kinderen te testen. Het is onze hoop dat ons systeem kinderen traint om aandachtiger te blijven, zodat ze het toestel na een tijdje niet meer nodig hebben. Zoals bij veel van onze projecten zijn de toestellen aanvankelijk nog omvangrijk en hinderlijk: een EEG-koptelefoon is te stigmatiserend voor studenten om de hele tijd te dragen. Wij werken nu aan minder opvallende toestellen, die hetzelfde meten aan de hand van EOG-gegevens (electrooculography). Kinderen die wat hulp nodig hebben, hoeven dan alleen nog maar een hightech bril te dragen, die er voor het overige heel gewoon uitziet.”

“Een ander project dat ons bezighoudt, is een AR-systeem op basis van audio voor mensen met geheugenproblemen en beginnende dementie. De camera van het systeem herkent mensen uit hun familie- of kennissenkring, fluistert hun naam in en welke gesprekken ze recent met hen hebben gevoerd.”

Mogelijk gemaakt door nieuwe, krachtige innovaties

Volgens Pattie Maes kan de MIT-groep deze innovatieve interfaces alleen maar ontwikkelen door te vertrekken van drie technologieën die het voorbije decennium een hoge vlucht hebben genomen, technologieën bovendien die nog veel potentieel hebben voor verdere innovatie.

“Om te beginnen gebruiken wij natuurlijk sensortechnologie om de toestand van mensen en hun omgeving te monitoren. Denk aan draagbare EEG-headsets voor onze mentale toestand, ECG-pleisters voor onze hartslag en hartritmevariaties en polsbandjes en andere sensoren die bijvoorbeeld de huidtemperatuur en -geleiding meten, signalen die iemands gemoedstoestand verklappen.”

“Ten tweede vindt er een snelle evolutie plaats van de technologie om de omgeving van gebruikers - of hun perceptie ervan - te verbeteren of aan te passen. Dit is het domein van augmented en virtual reality. Hiervoor is hardware nodig zoals brillen, oordopjes, geurdisplays en botgeleidingsactuatoren.”

“En ten slotte gebruiken wij artificiële intelligentie en machine learning om het gedrag van gebruikers in modellen te gieten, die we vervolgens gebruiken om ze te helpen. In dit domein werd er al enorm veel vooruitgang geboekt en er zijn een pak interessante innovaties op komst.”

 

Meer weten?

  • Bekijk hier de hoogtepunten van de presentaties op ITF2018 Belgium.
  • Een bondig overzicht van de projecten van de Fluid Interfaces Research Group aan het MIT Media Lab vindt u hier.

Biografie Pattie Maes

Pattie Maes is professor aan het MIT Program in Media Arts and Sciences en academisch hoofd van het MAS Program. Zij leidt de Fluid Interfaces onderzoeksgroep van het Lab, een groep die mensen op een radicaal andere manier met machines wil laten omgaan. Eerder legde zij zich toe op artificiële intelligentie en de interactie tussen mensen en computers. Haar belangstelling gaat vooral uit naar cognitieve verbetering of hoe immersieve en draagbare systemen het geheugen, het leervermogen, de beslissingsprocessen, de communicatie en het welzijn van mensen ten goede kunnen komen. Vóór Pattie Maes aan de slag ging bij het Media Lab was zij gasthoogleraar en wetenschappelijk onderzoeker aan het MIT Artificial Intelligence Lab. Zij behaalde een bachelor in de computerwetenschappen en een doctoraat in artificiële intelligentie aan de VUB (Brussel, België).

Deze website maakt gebruik van cookies met als enige doel het analyseren van surfgedrag, zonder enige commerciële insteek. Lees er hier meer over. Lees ook ons privacy statement. Sommige inhoud (video's, iframes, formulieren,...) op deze website zal pas zichtbaar zijn na het accepteren van de cookies.

Accepteer cookies