Smart HealthWearables

15 min

“Het is een illusie te denken dat iedereen zijn of haar gezondheid wil tracken”

Wat zijn de lessen die we kunnen trekken uit de grootschalige enquête die imec* uitvoerde in verband met het gebruik van gezondheids-apps en -wearabes?

 

* imec - SMIT - VUB, imec - mict - UGent en imec.livinglabs 

Scroll

Intro

De markt van gezondheidsapps en -trackers boomt. Vorig jaar alleen al werden wereldwijd meer dan 3 miljard gezondheidsapps gedownload. Er wordt veel geschreven over nieuwe technologie die deze tools nog beter zal maken. Van sensoren voor het genereren van data tot algoritmes voor de interpretatie ervan. Maar hoe gaan wij, mensen, hier mee om? Dat was het onderwerp van een grootschalige enquête die de onderzoeksgroep imec - SMIT - VUB samen met het imec.livinglabs-team uitvoerde. 

 

An Jacobs, sociologe bij imec - SMIT - VUB, en Lynn Coorevits, psychologe bij imec - mict - UGent vertellen over de resultaten uit deze enquête, en wat bedrijven en onderzoekers hieruit kunnen leren. 

Het begin van een maatschappelijke transformatie

Voor de tweede keer organiseerden An Jacobs en haar collega’s van imec.livinglabs een grootschalige online enquête over het gebruik van gezondheidsapps en wearables. Omdat we aan het begin staan van deze technologische transformatie is het, ook voor sociologen, heel interessant om op te volgen. Het gaat immers om een maatschappelijke verandering waaruit je veel kan leren. Door deze enquête elk jaar uit te voeren, krijg je een interessante dataset en kan je de evolutie jaar na jaar opvolgen. Dit is zowel voor sociologen waardevol als voor bedrijven en onderzoekers die gezondheidsapps en wearables ontwikkelen.

Uit de resultaten van de enquête leren we bijvoorbeeld waarom mensen deze tools gebruiken en – zeker zo belangrijk – waarom ze ermee stoppen. Op die manier kunnen bedrijven inspelen op de noden en frustraties van hun gebruikers en zo veel mogelijk mensen aan het tracken krijgen.
Er namen 1297 mensen deel aan de enquête (49% mannen, 51% vrouwen). Het gaat steeds om mensen die reeds online actief zijn en die representatief zijn voor de Vlaamse bevolking op het vlak van leeftijd, opleiding en sociaaleconomische status. 

Past mijn jeansbroek nog?

Uit de enquête blijkt dat 96% van de ondervraagden data bijhoudt over zijn of haar gezondheid. Dat kan gaan over de dagelijkse beweging, het slaappatroon, het gewicht of hartslag. Opvallend is wel dat slechts 32% hiervoor gezondheidsapps of wearables gebruikt.

Bijna de helft van de ondervraagden houdt info over zijn gezondheid bij ‘in het hoofd’. Vaak kennen ze hun gemiddelde gewicht of bloeddruk en weten ze of ze goed of slecht slapen, maar niet iedereen heeft de behoefte om dit nauwgezet bij te houden. Het Amerikaanse PEW Institute deed een paar jaar geleden een gelijkaardige enquête en daaruit kwam bijvoorbeeld naar voren dat veel mensen hun gewicht in het oog houden door het al dan niet goed passen van hun jeansbroek. Eigenlijk zou technologie voor het monitoren van gezondheid even intuïtief moeten zijn. De meeste mensen zijn immers niet bereid om dagelijks een app te openen of data in te voeren.

resultaten digimeter health_imec

We zijn allemaal geïnteresseerd in onze gezondheid, maar houden die data op verschillende manieren bij.

Enkel voor sportieve types?!

GoogleFit, WeightWatchers, Runkeeper, het zijn maar enkele voorbeelden van gezondheidsapps. Jacobs’ persoonlijke favoriet is Headspace, een mooie en eenvoudige app voor meditatie.

Ongeveer een derde van de ondervraagden heeft ooit een gezondheidsapp gedownload en geopend, voornamelijk bij het sporten. Degenen die zulke apps blijven gebruiken (79%) doen dit vooral omdat de continue metingen hen inzicht verschaffen in hun fitheid en gewoontes.

Maar er zijn er ook veel die afhaken (21%), en dat vooral door technische problemen met de app, het hoge batterijverbruik, het feit dat het te veel moeite vraagt (te veel data moeten manueel worden ingegeven) en uit angst voor het verspreiden van persoonsgegevens. De mensen die nooit een gezondheidsapp gebruiken, geven aan dat ze niet van het sportieve type zijn en het dus niets voor hen is. Er bestaat dus nog te veel de misvatting dat deze apps enkel nuttig zijn voor de sportiefste onder ons, terwijl het net de niet-sportieve types zijn die het meeste baat zouden hebben bij deze gezondheidsapps.

resultaten digimeter health_imec

En dan zijn er nog wearables zoals de Fitbit, Apple Watch, Garmin Vivomove enz. Rond de pols van Jacobs vind je regelmatig een andere wearable: ze test graag verschillende soorten wearables uit. Momenteel draagt ze er eentje van Withings (onlangs overgenomen door Nokia). Het lijkt op een klassiek horloge, maar meet hartslag en slaappatroon.

Uit de enquête blijkt dat een derde van de deelnemers een of meerdere wearables bezit. De anderen vinden een wearable te duur of enkel iets voor sportieve types.

resultaten digimeter health_imec

De gezondheids-trackers

32% gebruikt dus een gezondheidsapp en/of -wearable. Maar wat voor soort mensen zijn dit? Zijn het inderdaad allemaal superatleten of toch niet? Via clusteranalyse hebben de onderzoekers drie profielen kunnen definiëren. Een eerste groep werd aangeduid als ‘de nonchalante nieuwsgierige tracker’. Deze persoon (m/v) werkt voltijds en is niet zo sportief. Hij schafte zich een app of wearable aan uit nieuwsgierigheid maar raakt er niet echt door gemotiveerd om gezonder te gaan leven. Het tweede type gebruiker is ‘de bezorgde gemotiveerde tracker’. Deze persoon (m/v) werkt ook voltijds en heeft meestal een zittend beroep. Hij vindt het interessant om data digitaal bij te houden, maar is bezorgd over zijn privacy. De derde groep, ‘de publieke omnivoor tracker’, is sportief en gebruikt graag verschillende wearables en apps om sportieve prestaties te tracken. Hij deelt zijn of haar prestaties ook graag via sociale media.

resultaten digimeter health_imec

De drie soorten trackers: de nonchalante, de bezorgde en de omnivoor.

De niet-gezondheidstrackers

Maar laten we duidelijk zijn: er zijn ook veel mensen die geen apps of wearables gebruiken, of die snel afhaken. Uit de enquête blijkt dat daar een aantal redenen voor zijn: de tool is te duur, er zijn te veel technische problemen, er zijn te veel manuele handelingen nodig, de batterij van de smartphone of wearable loopt te snel leeg, het is lastig om je smartphone of wearable altijd bij je te moeten dragen enz. 

Ook gaan de meeste tools ervan uit dat mensen zich doelen willen stellen – 5kg afvallen, 10.000 stappen per dag zetten, minimum 8u slapen – maar dat is niet zo. 

Want als je doelen stelt, kan je ook falen en velen zijn bang voor die teleurstelling. Sommigen hebben het ook gewoon te druk om zich doelen te stellen, of willen gewoon plezier maken en niet continu hoeven te denken aan hun doelen. De apps en wearables van vandaag werden enkel ontwikkeld voor mensen die doelen kunnen formuleren, en zich daar goed bij voelen. Er is dus zeker een opportuniteit om tools te maken voor de groep die zich daar niet zo comfortabel bij voelt. 


Net als bij de vorige bevraging wil bijna de helft van de gebruikers van een health app (47%) de informatie liever niet delen.

Van onze drie types trackers is het de bezorgde gemotiveerde tracker die zich voornamelijk zorgen maakt over de data die gezondheidsapps en wearables verzamelen en de mate waarin deze zijn privacy kunnen schenden. Daarom is hij ook minder bereid zijn data te delen met derden (55% wil data niet delen) in vergelijking met de publieke omnivoor tracker (39% wil data niet delen). Hij heeft ook twijfels over de mate waarin de data door derden (zoals artsen) serieus wordt genomen (40%) als een manier van opvolging.

Lessen voor de ontwikkelaars van apps en wearables

Uit de resultaten van de enquête, en uit de inzichten die sociologen zoals An Jacobs hieruit verzamelen, kunnen bedrijven en onderzoekers veel leren over de ontwikkeling van apps en wearables. Logische aanbevelingen zijn het optimaliseren van het batterijverbruik en de gebruikerservaring, en het verlagen van de prijs, maar er zijn ook andere veranderingen nodig.

Een van de problemen met huidige apps en wearables is dat ze te culpabiliserend zijn.

Niets erger dan een tool die je meermaals aanmaant om te bewegen terwijl je ziek in bed ligt. Er is dus nood aan apps en wearables die meer ‘vergevingsgezind’ zijn, en/of die door extra context te verzamelen beter begrijpen wat er met je aan de hand is.

Dit laatste houdt verband met het ‘personaliseren’ van apps en wearables.

Is het überhaupt een goed idee dat de tool zijn eigenaar steeds beter leert kennen om hem zo beter van dienst te kunnen zijn?

Jacobs geeft aan dat we hiermee voorzichtig moeten zijn. Sommige mensen zullen dit immers ervaren als iets ‘griezeligs’ en te confronterend. Het is beter om de controle aan de gebruiker te laten en hem het niveau van personalisatie te laten bepalen. Als de app of wearable aangenamer en doeltreffender wordt door meer personalisatie, zal dit door de gebruiker worden aanvaard. Imecs onderzoeksprogramma ‘imec.iChange’ wil zich precies richten op deze personalisatie: dankzij slimme algoritmes en het verzamelen van contextuele informatie worden wearables en de bijhorende apps veel aangenamer in gebruik en veel doeltreffender. 

Uit de enquête blijkt verder ook dat mensen hun smartphone of wearable niet altijd willen dragen. Daarom is het een goed idee om sensoren te integreren in slim textiel of juwelen. Integreer een hartslagmeter in een mooi onderhemd of bh, of een stappenteller in een mooie ring, en je zal veel meer mensen meekrijgen. Bv. bij de fitbit-wearables zie je de focus nu al verschuiven naar mooiere armbanden waardoor die eerder als een juweel kan worden gedragen dan een tool voor de sportiefsten onder ons.

Maar dan nog moeten de bedrijven en onderzoekers er rekening mee houden dat er niet continu zal worden getracked. ’s Nachts leggen veel mensen hun wearable aan de kant.

Het is dus belangrijk om algoritmes te ontwikkelen die rekening houden met deze hiaten en toch in staat zijn de juiste conclusies te trekken.

Je kan er bijvoorbeeld aan denken om data van verschillende bronnen te combineren en zo de hiaten op te vullen.

Een ander probleem bij wearables is het opladen. Niet iedereen denkt er tijdig aan om zijn wearable aan de laptop of het stopcontact te hangen. Ook dat kan beter. Je hebt al salontafeltjes waarop je je smartphone draadloos kan laden – via een magnetisch veld, misschien kan zoiets ook voor wearables? Jacobs verwijst hierbij naar het imec.icon project WONDER in woonzorgcentra waarbij ze de bewoners laten kennismaken met een robot. De robot moet elke bewoner kunnen identificeren en dit willen de onderzoekers doen door een tag in de schoenen van de bewoners te integreren. Het opladen van deze tag zou kunnen door inductief laden op een schoenmat. Meestal heeft iedereen immers wel een vaste plaats om de schoenen te zetten. Zo intuïtief moet het gebruik (en opladen) van technologie worden.

Op doktersvoorschrift

Zeventig procent van de ondervraagden zou een gezondheidsapp of -wearable gebruiken indien die werd voorgeschreven door de arts. Maar slechts 2% van de ondervraagden gebruikt nu al een app of wearable op aanraden van zijn arts. 

Het grote probleem is dat artsen niet weten welke apps/wearables betrouwbaar zijn. Er is een wildgroei aan producten en die zouden gecertifieerd moeten worden zodat artsen weten welke te gebruiken. In Engeland kent de National Health Service betrouwbare gezondheidsapps een label toe, en in de VS maken privéziekenhuizen en ziekteverzekeringen reeds gebruik van bepaalde wearables waar ze een meerwaarde in zien. Ook in Vlaanderen is men ermee bezig, maar voorlopig is hier nog geen label of certificering. Dit is geen gemakkelijke uitdaging omdat gezondheidsapps niet op dezelfde manier kunnen worden gecertificeerd als medische apparatuur. Apps worden immers continu geüpdatet en ze kunnen niet elke keer opnieuw de procedure voor certificering doorlopen. Maar zelfs als de apps en wearables worden voorgeschreven door artsen, zal nog niet iedereen ze gebruiken volgens Jacobs. Kijk maar naar de problemen die er vandaag zijn met het vergeten in te nemen van medicatie. Daarom moet bij het ontwerpen van een gezondheidsapp rekening gehouden worden met de redenen waarom mensen dit “vergeten”, en hen daarin ondersteunen. 

De toekomst

Het is altijd moeilijk om te voorspellen hoe het gebruik van een bepaalde technologie zal evolueren. Jacobs hoopt dat er binnen 10 jaar gecertificeerde gezondheidsapps, -wearables, -kleding, -juwelen enz. zullen zijn die tot de standaard hulpmiddelen van een arts behoren. Het gebruik ervan en de interpretatie van de gegevens zal ook een onderdeel zijn van de medische opleidingen. Zo zullen meer en meer mensen de technologie gaan gebruiken en zal het hen bewust maken van hun gezondheid. En hopelijk wordt het geen dystopie en zullen gebruikers steeds controle blijven hebben over het gebruik van hun data en over het gebruik van artificiële intelligentie in deze producten. 

Ook op deze laatste domeinen is imec actief, onder de noemer van het imec.iChange programma. In dit onderzoeksprogramma brengt imec bedrijven en ziekenhuizen samen om een virtuele persoonlijke gezondheidscoach te ontwikkelen met als belangrijkste bouwblokken draagbare sensoren en data science. Zo kunnen nieuwe coaching technieken getest worden om iemands levensstijl actiever / gezonder te maken, stress te beheersen, roken af te leren, enz.  Zo wil imec een steentje bijdragen aan preventieve gezondheidszorg en de ontwikkeling van chronische ziektes voorkomen. 

 

Meer weten? 

Biografie An Jacobs

An Jacobs is sinds 2005 verbonden aan de onderzoeksgroep imec - SMIT - VUB. In 2005 verdedigde ze aan de Universiteit Gent haar doctoraat, dat handelde over toepasbaarheid van sociologie in de productontwikkeling van consumptiegoederen. Ze is ook medeoprichter van het interdisciplinair centrum BruBotics aan de VUB.  
Haar wetenschappelijk onderzoek binnen de onderzoeksgroep imec - SMIT - VUB richt zich vooral op de ontwikkeling van innovatieve toepassingen in de gezondheidszorg (coördinatie, communicatie, monitoring, beleving). Hierbij staan thema’s zoals user empowerment in context-aware omgevingen centraal (independent living, …). Daarnaast zet ze in op de verdere ontwikkeling van interdisciplinaire onderzoeksmethoden en -instrumenten (inclusief de proeftuinmethodologie).

 

Biografie Lynn Coorevits

Lynn Coorevits holds master’s degrees in Organisational Psychology (2007) and in Marketing Analysis (2008) from Ghent University. For nearly 5 years she worked as an innovation consultant in the private industry.
When joining mict in January 2013 she mainly worked on several SME Living Lab projects ranging from the financial to the social industry. Since January 2017 she is involved in research projects that include the Internet of Things such as City of Things initiative in Antwerp.
Her main research interests are in the domain of user experience research and more specifically the optimization of tools and techniques for contextual inquiry via sensors and design thinking.

Deze website maakt gebruik van cookies met als enige doel het analyseren van surfgedrag, zonder enige commerciële insteek. Lees er hier meer over.

Accepteer cookies