Een serre in elk huis of liever een voedselprinter?

In 2018 viel ‘Earth Overshoot Day’ op 1 augustus. Het is de symbolische datum waarop we met z’n allen de grondstoffen die de aarde op 1 jaar kan produceren, hebben opgebruikt. En elk jaar valt deze datum vroeger. 

Als we gewoon al kijken naar de manier waarop we in de Westerse wereld met eten omgaan, hoeft dit natuurlijk niet te verbazen. We produceren, consumeren en transporteren onze voeding op een totaal verkeerde manier. Ons fruit bijvoorbeeld heeft vaak een hele wereldreis afgelegd vooraleer het in onze supermarkten ligt te blinken: ananassen uit Costa Rica, avocado’s uit Colombia, kiwi’s uit Nieuw-Zeeland, ... En omdat onze voeding ook nog eens goedkoop is, kopen we liefst genoeg, maar vergeten het dan evengoed in onze volgestouwde koelkast. In de VS bijvoorbeeld, wordt 40% van het voedsel weggegooid, een equivalent van de ecologische voetafdruk van Peru en België samen. 

Niet alleen onze planeet maar ook onze gezondheid lijdt onder onze voedingsgewoontes. We eten te veel, en te weinig van de juiste dingen waardoor problemen als diabetes, hart- en vaatziektes en kanker steeds vaker voorkomen. 

 

imec-2035-header-9

 

Dus: het moet anders. Maar hoe? Ten eerste zouden we best zo veel mogelijk lokaal produceren, ideaal op 5 à 10 km van waar we wonen (en eten). En aangezien we met z’n allen in de stad gaan wonen in de toekomst, lijken ‘stadsboerderijen’ de ideale oplossing. Ze lijken in niets op de klassieke boerderijen die we kennen van het platteland. Het zijn namelijk ruimtes, vaak verdiepingen bovenop elkaar, waarin het klimaat exact geregeld wordt: temperatuur, vochtigheidsgraad, samenstelling van de lucht, ... ook het water en de voedingsstoffen die de planten krijgen, worden exact afgemeten. Dankzij sensoren en artificiële intelligentie krijgt elke plant wat hij op dat specifieke moment in zijn groei nodig heeft waardoor we veel meer kunnen produceren op een kleinere oppervlakte, en van veel betere kwaliteit. En dit alles zonder onze planeet te belasten. 

Die serres kunnen de vorm aannemen van hoogbouw in de stad, of als een serre bovenop de supermarkt, of in minivorm op ons aanrecht. Een zelflerend serretje bij je thuis weet exact hoe jij je tomaten het liefst eet en past zich helemaal aan als je beslist van er deze maand aubergines in te kweken.

Het lokaal produceren kunnen we ook anders aanpakken, met een ‘food replicator’ zoals je misschien wel kent uit Star Trek. Deze voedselprinter kan een standaard keukentoestel worden dat kunstmatige voeding produceert op basis van een beperkt aantal lokale voedingsstoffen. En voor iedereen in het gezin wordt dan een gepersonaliseerde maaltijd geprint, rekening houdend met allergieën, vitaminetekorten enz.  

Immers, de food replicator weet precies welke allergieën of tekorten we hebben op basis van onze ‘digitale tweeling’. Die digitale tweeling wordt opgebouwd door een enorme hoeveelheid data te verzamelen, o.a. over de werking van onze organen. Of data over ons spijsverteringsstelsel, opgemeten door ultra-kleine inslikbare sensoren. Ook voor je dokter is die digitale tweeling heel interessant. Hij kan er medicijnen op uittesten die echt voor je werken.

Gaan we dan nog op restaurant in 2035 of de nog verdere toekomst? Waarschijnlijk wel. Om ons nog eens extra te verwennen en ‘frieten met biefstuk’ te eten – zoals in de goede oude tijd!

Deze website maakt gebruik van cookies met als enige doel het analyseren van surfgedrag, zonder enige commerciële insteek. Lees er hier meer over. Lees ook ons privacy statement. Sommige inhoud (video's, iframes, formulieren,...) op deze website zal pas zichtbaar zijn na het accepteren van de cookies.

Accepteer cookies